In gesprek met Gerard NijhuisTerug naar het overzicht

Gerard Nijhuis

In opdracht van Zwolle Kampen Netwerkstad (ZKN) is Gerard Nijhuis in mei van dit jaar gestart met het onderzoek Kennisvalorisatie. Gerard vertelt hier over belang, nut en noodzaak van dit onderzoek. 


Kenniscirculatie onderwijs – bedrijfsleven

De doelstelling van het onderzoek is om de economische ontwikkeling binnen ZKN verder te stimuleren en de ambitie ‘een economische topregio in Nederland te zijn’ te realiseren. In onderzoek komt deze regio steevast naar voren als een van de sterkste economieën in ons land. Deze koppositie is terug te voeren op de brede economische structuur, de grote werkgelegenheidsfunctie en het opleidingsniveau van de beroepsbevolking. Deze positie wil ZKN vasthouden, verder versterken en uitbouwen.
Gerard: “Innovatie van producten, diensten en processen is daarvoor een conditio sine qua non. Anders gezegd: als die innovatie niet op peil blijft zal dat op termijn desastreuse gevolgen hebben voor de regionale economie”. Het opgestarte onderzoek komt voort uit de Programmalijn Economische ontwikkeling. Meer in het bijzonder om dat onderdeel dat gericht is op ‘de bevordering en toepassing van kennisontwikkeling,  kennisdeling en innovatie’. Deze trits is onlosmakelijk met elkaar verbonden. “In onze doorzettende kenniseconomie is juist die kennis de motor van de economische ontwikkeling. We kunnen niet meer volstaan met routine-arbeid en simpele productieprocessen”, aldus Gerard. Willen we in de Westerse wereld ‘overleven’ en de concurrentieslag aankunnen met de ‘Aziatische Tijgers’ (China en India) en sterke, opkomende economieën als die van Brazilië, dan zullen we ons blijvend moeten richten op kennis-gebaseerde economische groei.
“Kennis is de nieuwe olie, het nieuwe goud voor onze Westerse samenleving” citeert Gerard hier eurocommissaris Neelie Kroes. Bij die kennis-gebaseerde economische groei is een zeer belangrijke rol weggelegd voor kennisinstellingen die unieke en innovatieve kennis leveren. Bedrijven kunnen door aanwending van deze kennis immers beter concurreren op (globale) markten.

 

'Kennis is de nieuwe olie, het nieuwe goud voor onze Westerse samenleving’


Kennis vermarkten

Voordat kennis met succes in de markt kan worden gezet als een nieuw of verbeterd product, dienst of proces en kan doorwerken in economische groei voor stad en/of regio, is er echter een lange weg te gaan. Een weg waarin kennisinstellingen in directe samenwerking met bedrijven waarde toevoegen aan nieuwe kennis om deze geschikt en beschikbaar te maken (‘vermarkten’). Dit wordt kennisvalorisatie genoemd. En daarop is nu precies het onderzoek gericht. Het onderzoek voltrekt zich binnen de context van ZKN.
Gerard: “Intussen heb ik met directeuren uit tal van kennis- en onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven in de regio gesproken”. Hierbij ging het om vragen als: ‘Wat is ‘the state of the art’ m.b.t. kennisvalorisatie in de regio? Is het voldoende op peil om de regionale economie krachtig te blijven voeden en bij te dragen aan duurzame innovaties? Of moet kennisvalorisatie op een hoger plan worden gebracht? Hoe vatten met name de hogescholen hun maatschappelijke opdracht om een bijdrage te leveren aan innovatieve kennis op? Hoe besteden ze er precies aandacht aan en wat zijn de opbrengsten tot nu toe? Worden bedrijven wel van meet af aan betrokken bij kennisvalorisatie, juist omdat zij bepaalde kennisvragen hebben? Zijn lectoraten van hogescholen (de kennisproducerende kringen bij uitstek) wel gericht op de kennisvragen van bedrijven of zijn ze meer aanbodgericht? En hoe komen mbo-opleidingen tot hun recht, met hun specifieke kwaliteiten en diensten, in dit proces van kennisvalorisatie?  Waar liggen kansen en mogelijkheden voor de regio? Welke knelpunten vragen om een oplossing en hoe kan valorisatie (beter) worden verankerd in de regionale infrastructuur? Gerard: “Kortom, welk regionaal beleid moet ZKN ontwikkelen ter verbetering van kennisvalorisatie? Het onderzoek moet antwoord geven op deze vragen en dient bij te dragen aan een infrastructuur die kennisvalorisatie in de regio stimuleert en verankert”.
 

Kennis boven tafel krijgen

Kennisvalorisatie is uitdrukkelijk een van de kerntaken van het HBO, naast het verzorgen van onderwijs. Gerard: “Je hoeft dus niet persé een universiteit binnen je regio te hebben om aan kennisvalorisatie te werken. Dat kunnen (lectoraten van) hogescholen ook heel goed. Zij kunnen, gezien het praktijkgerichte karakter van hun opleidingen, met praktijkgericht onderzoek juist heel goed, zoal niet beter, aansluiten bij kennisvragen van met name MKB-bedrijven”.
Universiteiten zijn veel meer gericht op fundamenteel onderzoek. Hoe waardevol en noodzakelijk ook, MKB-bedrijven zitten daarop niet primair te wachten. Die hebben heel andersoortige vragen.
Gerard vervolgt: “Eén ding is wel al heel duidelijk: MKB-bedrijven komen veel te weinig over het voetlicht met hun kennisvragen en ze worden er door hogescholen ook nog veel te weinig toe ‘verleid’ met hun specifieke vragen te komen. Dat zijn gemiste kansen, want juist deze bedrijven vormen in de regio de ruggengraat van de economie”.
Omgekeerd kunnen kennisinstellingen hier ook veel halen: impliciet blijvende kennis (zogenaamde ‘tacit knowledge’) trachten op te sporen, gezamenlijke ontwikkelingstrajecten opstarten, de gewonnen kennis terugvertalen naar het onderwijs en studenten inzetten bij onderzoeks- en ontwikkelingsopdrachten. Gerard: “Zo leidt je studenten op tot onderzoekende ondernemers die het belang van innovatie vroegtijdig leren onderkennen en er aan weten te werken in de praktijk”.
Gerard geeft nog een andere, zij het voorlopige, bevinding prijs: “Het lijkt er sterk op dat kennisinstellingen (lees: hogescholen) eerder aanbodgericht werken dan vraaggericht”.
Een oriëntatie waarbij men als vanzelfsprekend als eerste vraag aan (MKB-)bedrijven stelt: ‘Wat zijn jullie kennisvragen?’, maakt nog niet altijd deel uit van het ‘genetisch materiaal’ van de onderzoekers! 
Wat wel eens uit het oog verloren dreigt te raken is dat het in essentie dient te gaan om interactieve activiteiten tussen kennisinstellingen en bedrijven waarin nieuw verworven kennis geschikt en beschikbaar wordt gemaakt voor economisch en/of maatschappelijk gebruik.
Gerard: “Het gaat niet om eenzijdige overdracht van kennis door kennisinstellingen aan bedrijven. Bedrijven hebben heus ook zelf kennis te bieden. De spannende opdracht voor kennisinstellingen is deze boven tafel weten te krijgen en ze samen met bedrijven te versterken, te verrijken en voor de markt beschikbaar te maken”.

 

“Kenniswerkers vormen de spil tussen opleiden, onderzoeken en ondernemen. Tussen kennis, kunde en kassa”.
 

Human Capital

De uitkomsten van het onderzoek zullen eind december gereed zijn. Intussen is er binnen het onderzoek even pas op de plaats gemaakt en is er meer focus aangebracht.
Om tot een effectievere samenhang te komen in het innovatiedomein van de regio is samen met de Provincie Overijssel een proces gestart om meer verbinding aan te brengen tussen allerlei initiatieven, processen en partijen gericht op innovatie en valorisatie.
Een van de lijnen hierbij is het uitwerken van een Human Capital Agenda. (HCA). Omdat het onderzoek naar kennisvalorisatie zich op dit snijvlak beweegt werkt Gerard hier aan mee.
Gerard: “Human Capital is immers een van de relevante thema’s voor innovatie en valorisatie. Voor het bevorderen van innovatie, nieuwe technologie en kennisvalorisatie zijn n.l. goed opgeleide, hoog gekwalificeerde mensen (professionals) een essentiële voorwaarde. Kenniswerkers vormen de spil tussen opleiden, onderzoeken en ondernemen. Tussen kennis, kunde en kassa”.
Voor een excellente en innoverende economie is het aantrekken en behouden van het juiste personeel, zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht, van groot belang.
Gerard: “Met het opstellen van de Human Capital Agenda voor de sectoren ‘Health and Care’ en ‘HighTech Systems and Materials’ worden de ambities zoals verwoord in de regionale innovatieagenda ondersteund. De thematiek raakt direct het onderzoek naar kennisvalorisatie: het aan zich binden van hoogopgeleide jongeren en hieruit resulterend nieuw ondernemerschap, is een van de succesfactoren voor versnelde valorisatie”.
In januari 2013 horen we meer over de uitkomsten van dit onderzoek en de implementatie van de Human Capital Agenda.

Gerard Nijhuis studeerde sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en volgde de masteropleiding ‘Corporate Learning’ (HRD) bij Kessels & Smit in Utrecht. Hij is werkzaam bij de Haagse Hogeschool, waar hij diverse (project)managementfuncties vervulde. Binnen het lectoraat HRM verrichtte hij  in de afgelopen twee jaar (2010-2012) in opdracht van de Provincie Zuid-Holland en MKB_Nederland & RegioRegisseur Haaglanden (samenwerkingsverband kennistransfer), onderzoek naar de aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt  en kennisproductiviteit binnen de clusters GreenPorts en Water- & Deltatechnologie.
Centrale aandachtsgebieden zijn voor hem: kennisproductiviteit en kennisdeling in relatie tot de opkomende kenniseconomie, lerende organisatie & Corporate Learning en strategische arbeidsmarktvraagstukken.  

Informatie

Cees Dijkhuizen (Programmaleider Economische ontwikkeling) tel. 038 498 4007